Quarantaine aan Zee

Mitchell de Bruin, officieel in quarantaine, is de laatste Nederlander die de GGD belt voor een tussentijdse controle. Hij zit in strandtent Botox Forever als zijn mobiel rinkelt.

– ‘Ja, met Mitch.’
– ‘Dag, met Annet de Jong van de GGD. Het gaat over uw quarantaine. Ik zie in uw dossier: nog vier dagen.’
– ‘Oh, shit, quarantaine. Ja, super! Ik zit lekker thuis.’
– ‘Ik hoor de zee op de achtergrond. Maar u woont centrum Den Haag?’
– ‘Dat zijn de kinderen in het tuinbadje.’
– ‘En die muziek? Het klinkt als een strandtent.’
– ‘Dat is de radio. Jij zit lekker op je werk?’
– ‘Uiteraard, het kantoorleven gaat door.’
– ‘Doe mij een portie bitterballen.’
– ‘Bent u aan het bestellen?’
– ‘Dat was tegen mijn vrouw! Die is de horeca hier in huis. Wat vind je van de muziek? Ik zet ’t even harder.’

Mitchell wordt aangesproken door een juffrouw naast hem op het terras. Ze heeft een dossier op schoot.

– ‘Meneer, kan die muziek uit? Ik ben aan het bellen.’
– ‘Dan bel je toch niet!’  Hij draait zich van haar af.

De GGD-juffrouw aan de telefoon: ‘Kan die muziek uit?’
– ‘Begin jij nou ook al? Ik zet ’t wel. Nou blij?’

Hij kijkt naar de juffrouw op het terras die in haar mobiel zegt: ‘Dank je wel, Mitchell’.
Mitchell vraagt haar: ‘Hoe weet jij mijn naam?’
De juffrouw antwoordt in haar mobiel: ‘Uit uw dossier…’
Dan zegt Mitchell in zijn mobiel: ‘Zeg, GGDster, je zit hier naast me’.

Er valt een pijnlijke stilte.

De ober brengt de bitterballen. Mitchell houdt de GGD-juffrouw de schaal voor: ‘Hier, schat, pak een bal. Het kantoorleven gaat door!’